Kaderdecreet Vlaamse Handhaving wijzigt spelregels omgevingshandhaving
Op 1 april 2026 wordt het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving (KVH) onder meer van toepassing op de ruimtelijke ordening en het milieubeleid, waarbij de stroomlijning van de handhaving wordt beoogd. Het KVH heeft een impact op o.m. de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM), het decreet integraal handelsvestigingsbeleid, Logiesdecreet, het Onroerend Erfgoeddecreet en het Varend Erfgoeddecreet. Deze wijzigingen hebben een impact op de mogelijke procedures, de termijnen én op de uiteindelijke bedragen die kunnen worden gevorderd.
Dit decreet heeft onder meer tot gevolg dat de toezicht- en opsporingsrechten van de Vlaamse inspectiediensten op deze decreten volledig worden gelijkgetrokken, waardoor de verschillende inspectiediensten makkelijker zullen kunnen samenwerken omdat ze nu dezelfde bevoegdheden zullen hebben. Zo zal bv. ook geen sprake meer zijn van milieuinspectie en een verbalisant ruimtelijke ordening, maar enkel van toezichthouders omgevingshandhaving.
Verder resulteert het KVH in een handvol uniforme procedures:
één uniforme bestuurlijke beboetingsprocedure: waarbij de termijnen voor verweer, voor verjaring en voor het instellen van beroep worden gelijkgetrokken. Deze procedure biedt een standaard bestuurlijk alternatief voor de strafrechtelijke vervolging. Dat staat Vlaanderen toe zelf in te staan voor de afhandeling van haar eigen strafbaarstellingen en de vervolgingsgraad gevoelig op te krikken wanneer het parket beslist de zaak te seponeren.
één uniforme bestuurlijke en gerechtelijke herstelprocedure. Dit wil zeggen dat de procedure om overtreders eventuele berokkende publieke schade te laten herstellen nu voor al deze decreten dezelfde is.
één uniforme beveiligingsprocedure, die een toezichthouder toestaat kort op de bal te spelen wanneer deze een schending vaststelt die dringende actie vereist. Denk hierbij aan stakingsbevelen (bv. het stilleggen van de bouw van een huis zonder vergunning), bevel tot sluiting van een onderneming of het stutten van een monument met bijzondere waarde dat op instorten staat.
Deze tendens tot uniformisering speelt ook t.a.v. de verjaringstermijnen. De normale verjaringstermijn bedraagt vanaf nu vijf jaar voor de publieke herstelvordering vanaf kennisname door de herstelinstantie via een proces-verbaal of een verslag van vaststelling. Voorheen ving de termijn aan vanaf de dag waarop het misdrijf werd voltooid. De publiekrechtelijke herstelvordering verjaart in ieder geval 20 jaar na het plegen van het misdrijf en kan ook niet verjaren voor de strafvordering.
Daarnaast wordt ook voorzien in nieuwe uniforme procedures met het oog op zachte handhaving. Inspectiediensten kunnen waarschuwingen, aanmaningen of herstelschikkingen opstellen om burgers en ondernemingen de kans te geven zich in regel te stellen, vooraleer over te gaan naar de zwaardere beboetings- en/of herstelprocedure.
Nochtans wordt parallel wel voorzien in substantieel hogere bedragen voor o.m. bestuurlijke geldboetes of minnelijke schikkingen. De nieuwe meerwaardebedragen zijn een stuk hoger, waarbij ook de mogelijkheid wordt geïntroduceerd tot herstel bij financieel equivalent. Waar een materieel herstel in de oorspronkelijke toestand onmogelijk is, kan de overheid voortaan een bijkomende schadevergoeding vorderen voor de geleden publieke schade.
Opvallend, er wordt ook voorzien in een regeling voor de verdeling van de handhavingsopbrengsten. Zo worden inspectiediensten beloond voor hun werk, nu wanneer er opbrengsten zijn als gevolg van handhavingsactiviteiten (bv. een bestuurlijke geldboete), dan stromen die (deels) door naar de handhavingsdiensten die ondersteuning boden voor toezicht en opsporing. Het valt moeilijk te ontkennen dat zulks een impact zal hebben op de bereidwilligheid van de inspectiediensten.
Het KVH voorziet ook in de uitbreiding van het Vlaams Handhavingsplatform (VHP), waardoor beslissingen die een weerslag hebben op onroerende goederen (zoals PV’s, sanctiebeslissingen en herstelbeslissingen) voortaan toegankelijk zullen zijn voor o.m. notarissen en vastgoedmakelaars. Dit resulteert dus ook in een uitbreiding van de bijhorende informatieplichten.
Dit nieuwe KVH is van toepassing voor feiten en misdrijven gepleegd vanaf 1 april 2026.

