De burgemeester of de Raad voor Vergunningsbetwistingen: wie voert het hoogste woord?
Wat als de Raad voor Vergunningsbetwistingen de uitvoering van een omgevingsvergunning schorst, maar de burgemeester vervolgens op grond van zijn bevoegdheden inzake openbare veiligheid beveelt om bepaalde vergunde werken toch uit te voeren? Over die bijzondere verhouding sprak de Raad van State zich recent uit in een arrest van 14 juli 2026, nr. 267.409.
Aanleiding was een omgevingsvergunning voor een woonproject in Rotselaar, waarbij onder meer verschillende bestaande gebouwen zouden worden gesloopt. Nadat de Raad voor Vergunningsbetwistingen de tenuitvoerlegging van deze vergunning had geschorst, beval de burgemeester - na verschillende vaststellingen over de stabiliteit van de gebouwen - alsnog de sloop ervan wegens een acuut gevaar voor de openbare veiligheid.
Kan een burgemeester een schorsingsarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen alsnog niet respecteren door beroep te doen op zijn eigen bevoegdheden?
De Raad van State bevestigt vooreerst dat een schorsingsarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen erga omnes geldt. Dit betekent evenwel niet dat de burgemeester daardoor elke mogelijkheid tot optreden verliest. Het gezag van gewijsde van een schorsingsarrest sluit volgens de Raad niet uit dat de burgemeester op grond van artikel 133 juncto artikel 135, § 2, 1° Nieuwe Gemeentewet de nodige maatregelen neemt om de openbare veiligheid te garanderen.
Een vrijgeleide is dit nochtans (evident) niet. Wanneer de burgemeester optreedt, moet hij rekening houden met het schorsingsarrest en zorgvuldig onderzoeken en motiveren waarom een bepaalde veiligheidsmaatregel noodzakelijk is. Het lijkt op dit punt ook toe te komen aan de burgemeester om hierover een alternatievenonderzoek te voeren.
De burgemeester besloot in zijn maatregel het schorsingsarrest niet te honoreren en liet na te motiveren waarom onmiddellijk voor de meest drastische maatregel - de sloop van de gebouwen - moest worden gekozen. Nochtans had de Raad voor Vergunningsbetwistingen uitdrukkelijk gewezen op mogelijke alternatieven, zoals het stutten of stabiliseren van de constructies. Ook de brandweer had niet aangedrongen op sloop, maar enkel op spoedige maatregelen om de stabiliteitsproblemen aan te pakken. De burgemeester nam op dit punt aldus een niet evidente beslissing.
De Raad van State besloot dan ook dat niet werd aangetoond waarom de geschorste sloopwerken toch noodzakelijk moesten worden uitgevoerd. Het burgemeestersbesluit is naar oordeel van de Raad dan ook strijdig met het zorgvuldigheids- en materiële motiveringsbeginsel en werd vernietigd. Ook de proportionaliteit van de genomen maatregel bleek nogal wankel.
De vraag rees aldus in welke mate de bevoegdheden cfr. de Nieuwe Gemeentewet niet worden uitgehold door de rechtspraak van de Raad. Ook een lokaal bestuur en zijn actoren moet aldus de gevolgen van een schorsingsarrest, ook al bestaat een ‘zelfstandige’ grondslag conform de Nieuwe Gemeentewet, eerbiedigen en niet trachten te omzeilen. Als er ondanks een schorsing toch wordt ingegrepen, zal zorgvuldig moeten worden aangetoond waarom dat vanuit het oogpunt van de openbare veiligheid noodzakelijk is en waarom minder verregaande maatregelen niet volstaan. Ook uit andere rechtspraak van de Raad van State blijkt het belang van een dergelijke proportionaliteitsafweging, zeker in de mate wordt geopteerd voor afbraak in navolging van openbare veiligheid.

