Wie geen beroep instelt, blijft buitenspel: nieuwe PIV, nieuw openbaar onderzoek, nieuwe bezwaarindiener, maar geen toegang tot de Raad

RvVb houdt strak vast aan de uitputtingsvereiste, ook bij gewijzigde projectinhoud

In omgevingsvergunningsprocedures is het vaak een strategische afweging of er meteen in  administratief beroep moet worden gegaan tegen de beslissing in eerste aanleg, of moet worden afgewacht? Een recente uitspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen toont nog maar eens aan dat wie afwacht, mogelijk definitief buitenspel staat. Zelfs wanneer het dossier in beroep een belangrijke wending neemt en een gewijzigde projectinhoudversie (PIV) aanleiding geeft tot een nieuw openbaar onderzoek.

 

In een arrest van 15 januari 2026 (RvVb-A-2526-0410) bevestigt de Raad zijn strikte visie op de uitputting van administratief beroep. De Raad verklaart het verzoekschrift van een partij onontvankelijk omdat zij in eerste aanleg geen administratief beroep had ingesteld, ook al had zij in de beroepsfase wél bezwaar ingediend tijdens het openbaar onderzoek naar aanleiding van een gewijzigde PIV.

 

De feiten: bezwaar bij nieuwe PIV, maar geen beroep tegen de oorspronkelijke vergunning

De zaak betrof een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een industriële bakkerij en de bouw van burelen. Tijdens het openbaar onderzoek in eerste aanleg werden bezwaren ingediend. De eerste verzoekende partij stelde later ook effectief administratief beroep in tegen de verleende vergunning.

De tweede verzoekende partij deed dat echter niet. Zij stapte pas naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen nadat in de beroepsfase meerdere gewijzigde projectinhoudversies werden ingediend, waarbij onder meer een nieuwe PIV aanleiding gaf tot een nieuw openbaar onderzoek.

 

De tweede verzoekende partij argumenteerde uitvoerig dat dit nieuwe openbaar onderzoek haar alsnog een procesrechtelijke toegang tot de Raad moest geven. De gewijzigde PIV zou immers bijkomende afwijkingen bevatten, waardoor derden opnieuw de kans kregen om bezwaren te formuleren.

 

De Raad: geen initieel administratief beroep = geen toegang tot de Raad

De Raad gaat niet mee in dat betoog. Hij vertrekt van artikel 105, §2 van het Omgevingsvergunningsdecreet, dat bepaalt dat enkel wie het administratief beroep heeft uitgeput, toegang heeft tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

 

De Raad verwijst daarbij naar de parlementaire voorbereiding, waarin de uitputtingsvereiste wordt omschreven als een voorschrift dat vermijdt dat men de mogelijkheid van administratief beroep straffeloos naast zich neerlegt. De Raad benadrukt dat het gaat om een drempel die de toegang tot de rechter beperkt.

 

Uit het administratief dossier blijkt dat de tweede verzoekende partij geen administratief beroep had ingesteld. Dat volstaat voor de Raad om het beroep onontvankelijk te verklaren. De Raad onderzoekt niet of het nieuwe openbaar onderzoek naar aanleiding van de gewijzigde PIV de procespositie van die partij zou kunnen wijzigen.

 

Gemiste kans: nieuwe PIV, nieuwe bezwaren, maar toch geen toegang

Dit luik van het arrest is opvallend streng.

 

Een nieuwe PIV in graad van beroep is immers niet louter een administratieve formaliteit. Wanneer een projectinhoud in beroep wijzigt en opnieuw aan openbaar onderzoek wordt onderworpen, ontstaat er een nieuwe participatiefase. Derden die zich aanvankelijk misschien niet bedreigd voelden door het project, kunnen door wijzigingen plots wél rechtstreeks geraakt worden.

 

Dat is precies de ratio waarom een nieuw openbaar onderzoek wordt georganiseerd: de wijziging kan een impact hebben op de omgeving, de belangen van derden en de beoordeling van de vergunningsaanvraag.

 

Het arrest toont echter dat deze participatie niet automatisch leidt tot een procesrechtelijke toegang tot de Raad.

De Raad lijkt te vertrekken vanuit een zuiver procedurele logica: wie geen beroep instelde tegen de oorspronkelijke beslissing in eerste aanleg, kan nooit verzoekende partij worden bij de Raad, ongeacht latere wijzigingen in het dossier.

 

De vraag die blijft hangen: is dit redelijk?

De strikte toepassing van de uitputtingsvereiste is begrijpelijk vanuit het standpunt van rechtszekerheid en proceseconomie. Het voorkomt dat partijen pas in laatste instantie het geschil naar de Raad brengen.

Maar in dossiers met opeenvolgende gewijzigde PIV’s wringt dit.

Het systeem van de omgevingsvergunning laat toe dat een aanvraag in beroep aanzienlijk wordt aangepast. In de praktijk kan dat leiden tot een project dat inhoudelijk verschilt van wat in eerste aanleg werd vergund.

 

Als derden tijdens een nieuw openbaar onderzoek bezwaar kunnen indienen, dan is het minstens verdedigbaar dat zij ook toegang zouden moeten krijgen tot rechterlijke toetsing, zeker wanneer zij door de wijzigingen voor het eerst in hun belangen worden geraakt.

Door zonder nuance vast te houden aan het principe dat het administratief beroep in eerste aanleg uitgeput moet zijn, miskent de Raad mogelijk het dynamische karakter van omgevingsvergunningsprocedures.

 

Wat betekent dit voor de praktijk?

Dit arrest bevestigt nogmaals een belangrijke les voor burgers, ondernemingen en actiegroepen:

Wie zich in eerste aanleg beperkt tot het indienen van een bezwaar, maar geen administratief beroep instelt tegen de vergunning, neemt een aanzienlijk risico. Zelfs als het dossier later in beroep wijzigt en er opnieuw een openbaar onderzoek plaatsvindt, kan dat onvoldoende zijn om toegang te krijgen tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

De boodschap is duidelijk: wie zijn rechten maximaal wil vrijwaren, wacht best niet af.

 

Besluit

De Raad voor Vergunningsbetwistingen houdt in dit arrest strak vast aan de uitputtingsvereiste van administratief beroep. Dat zorgt voor rechtszekerheid, maar leidt in deze context tot een bijzonder rigide resultaat.

In dossiers met een gewijzigde PIV en een nieuw openbaar onderzoek was een genuanceerdere benadering verdedigbaar geweest. Dit arrest lijkt een gemiste kans om de participatierechten van derden in beroep ook effectief te koppelen aan toegang tot rechterlijke controle.

Het is dan ook aangewezen om in omgevingsdossiers steeds tijdig na te gaan of administratief beroep noodzakelijk is, ook wanneer men aanvankelijk enkel via een bezwaarprocedure betrokken is.

Previous
Previous

Gewijzigd Vrijstellingsbesluit, nieuwe mogelijkheden!

Next
Next

De nieuwe MER-procedure vanaf 1 december 2025: wat verandert er voor uw volgend project?